VZR Garant Visie: mr. Paul Otto over de nieuwe Europese regels voor pakketreizen

VZR Garant Visie: mr. Paul Otto over de nieuwe Europese regels voor pakketreizen

In 2024 ging mr. Paul Otto in een driedelige blogserie in op de voorgenomen herziening van de Richtlijn pakketreizen. Inmiddels is de herziene Europese richtlijn vastgesteld. De lidstaten moeten de regels uiterlijk op 29 september 2028 hebben omgezet in nationale wetgeving.

In dit nieuwe VZR Garant Visie artikel zet mr. Paul Otto de belangrijkste wijzigingen en de gevolgen voor reisorganisaties op een rij.

Nieuwe Europese regels voor pakketreizen: Wat verandert er voor reisorganisaties?

Auteur: mr. Paul Otto – Kompas Juristen

Kort samengevat

  • De herziene Europese Richtlijn pakketreizen is definitief vastgesteld.
  • De nieuwe regels moeten uiterlijk op 29 september 2028 zijn omgezet in nationale wetgeving en gelden vanaf 29 maart 2029.
  • Reisorganisaties krijgen onder meer te maken met nieuwe regels voor informatieverstrekking, annuleringen, vouchers, klachtenafhandeling en insolventiebescherming.
  • Ook het verhaalrecht op reisdienstverleners wordt verduidelijkt en aangescherpt.
  • De uiteindelijke Nederlandse invulling volgt bij de implementatie van de richtlijn.

In dit artikel


Wanneer gelden de nieuwe regels?

De nieuwe richtlijn is op 8 mei 2026 gepubliceerd. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 29 september 2028 in hun nationale wetgeving hebben omgezet. De nieuwe regels moeten vervolgens vanaf 29 maart 2029 worden toegepast. Tot dat moment blijft de huidige Nederlandse pakketreiswetgeving gelden.

Toepassingsbereik

De definitie van de pakketreis blijft grotendeels gelijk

Voor de ‘klassieke’ reisorganisator heeft de wijziging van het toepassingsbereik geen effect. Een reis blijft een pakketreis wanneer ten minste twee verschillende soorten reisdiensten voor dezelfde reis of vakantie worden gecombineerd en als één pakket worden aangeboden. Dat geldt zowel voor een vooraf samengesteld, kant-en-klaar pakket als voor een reis die op verzoek van de reiziger wordt samengesteld en vervolgens als pakket wordt verkocht.

25% in plaats van ‘aanzienlijk deel’.

Voor hoteliers en andere aanbieders van een pakket bestaande uit accommodatie en een toeristische dienst (of uit vervoer of autohuur in combinatie met een toeristische dienst, waarbij het pakket meer dan 24 uur duurt), is in de herziene definitie van de pakketreis een verduidelijking opgenomen. Het betreft een uitzondering op wat als pakketreis wordt aangemerkt.

Een combinatie van reisdiensten waarbij niet meer dan één soort reisdienst - in het bijzonder accommodatie - wordt gecombineerd met een of meer toeristische diensten, is geen pakketreis indien de laatstgenoemde diensten:

  • niet ten minste 25 % van de waarde van de combinatie vormen,
  • niet als een essentieel kenmerk van de combinatie worden aangeprezen,
  • anderszins geen essentieel kenmerk van de combinatie vertegenwoordigen.

Deze uitzondering bestond al, maar voorheen stond er in plaats van ‘tenminste 25%’ de formulering ‘geen aanzienlijk deel’. In de overweging van de huidige richtlijn stond wel: Wanneer andere toeristische diensten minimaal 25% van de waarde van de combinatie uitmaken, moet worden aangenomen dat die diensten een aanzienlijk deel van de waarde van de pakketreis vertegenwoordigen.

De wijziging betreft dus slechts een verduidelijking en lijkt in de praktijk geen materieel effect te hebben. Ik kan mij voorstellen dat de wijziging vooral voor hoteliers die aanvullende diensten aanbieden, verdere duidelijkheid biedt. Deze 25% grens zal geen verschil maken voor reisorganisaties die een reis voor een specifiek evenement aanbieden en naast het toegangsticket ook de accommodatie regelen. In de regel zal het evenement worden aangeprezen als het ‘essentiële kenmerk’, waarvoor de uitzondering niet geldt. Die combinatie vormt nog steeds een pakketreis.

“Voor de ‘klassieke’ reisorganisator heeft de wijziging van het toepassingsbereik geen effect.”

mr. Paul Otto | Kompas Juristen

Aanbieders met verbonden boekingsprocedures

De gewijzigde regels voor boekingen die via verbonden boekingsprocedures tot stand komen, zullen vooral van belang zijn voor onlineplatforms en mogelijk voor retailers en ondernemingen die de klant na het aanbieden van een losse reisdienst in verbinding brengen met een andere handelaar.

Een combinatie van ten minste twee verschillende soorten reisdiensten voor dezelfde reis of vakantie vormt óók een pakketreis indien die diensten, ongeacht of er afzonderlijke overeenkomsten met verschillende reisdienstverleners worden gesloten:

  • worden gekocht van afzonderlijke handelaren
  • via onderling verbonden onlineboekingsprocedures
  • waarbij de persoonsgegevens van de reiziger, aan de hand waarvan de reiziger kan worden geïdentificeerd als overeenkomstsluitende partij,
  • worden overgedragen van de handelaar met wie de eerste overeenkomst wordt gesloten aan een andere handelaar of andere handelaren en
  • er met die andere handelaar of die andere handelaren uiterlijk 24 uur na de bevestiging van de boeking van de eerste reisdienst een overeenkomst wordt gesloten.

Voorheen was in plaats van “gegevens ter identificatie van de boeker” vereist dat de naam, het emailadres én de betalingsgegevens werden meegestuurd naar de verbonden handelaar. Die bepaling is nu verruimd en als open voorwaarde geformuleerd. In de overweging van de nieuwe richtlijn staat toegelicht dat deze gegevens bijvoorbeeld de naam, de betalingsgegevens, het e-mailadres, het telefoonnummer of het socialemedia-account van de reiziger kunnen omvatten. Alleen het IP-adres is niet toereikend voor de identificatie. Deze wijziging komt de duidelijkheid mijns inziens niet ten goede.

Voor een ‘klassieke’ reisorganisator die zelf duidelijk een pakketreis aanbiedt, hebben deze wijzigingen geen effect.

Gekoppelde reisarrangementen verdwijnen

De aparte categorie van het gekoppelde reisarrangement verdwijnt. Deze regeling ziet op bepaalde combinaties van afzonderlijk geboekte reisdiensten die geen pakketreis vormen, maar wel erop lijken. De handelaar die dit faciliteert dient een insolventiegarantieregeling te hebben voor zijn eigen reisdiensten, maar is niet verantwoordelijk voor de gekoppelde reisdiensten van de andere aanbieder. De regeling bleek in de praktijk nauwelijks toegevoegde waarde te hebben, omdat deze werd omzeild of omdat zowel de aanbieder als de reiziger zich niet van het bestaan ervan bewust waren.

“… zal van een koude kermis thuiskomen.”

mr. Paul Otto | Kompas Juristen

Waarschuwing bij het aanbod van een reisdienst en een losse vervolgboeking

Reizigers moeten duidelijke informatie krijgen of een bepaalde combinatie van reisdiensten een pakketreis vormt of niet. In boekingssituaties waarin niet aan de voorwaarden voor een pakketreis wordt voldaan, maar handelaren reizigers uitnodigen om voor dezelfde reis of vakantie aanvullende soorten reisdiensten te kopen, wordt van handelaren verlangd dat zij reizigers bij de uitnodiging informeren dat de betrokken reisdiensten geen pakketreis zullen vormen en dat reizigers geen bescherming zullen genieten krachtens de Richtlijn pakketreizen.

Wordt er op hetzelfde verkooppunt binnen 24 uur een aanvullende reisdienst geboekt en wordt in deze situatie niet tijdig geïnformeerd, dan wordt de combinatie alsnog als pakketreis aangemerkt en wordt de handelaar die het aanbiedt als reisorganisator beschouwd.

Het gevolg is onder meer dat de reisorganisator de volledige verantwoordelijkheid voor die reisdiensten draagt. De reisorganisatie dient in te staan voor fouten van een reisdienstverlener en de daardoor ontstane schade van de reiziger te vergoeden. De handelaar die zich hiervan niet bewust is en geen adequate aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten, zal van een koude kermis thuiskomen als de reiziger letsel oploopt tijdens de gebrekkige uitvoering van een reisdienst!

Materiële wijzigingen

Precontractuele informatie

De precontractuele informatieverplichtingen zijn aangescherpt.

  • De door de handelaar te verstrekken contactinformatie moet een snelle en doeltreffende communicatie mogelijk maken.

  • Algemene informatie over paspoort- en visumverplichtingen moet voortaan ook betrekking hebben op de landen van doorreis.

  • Aan de verplichte mededeling:

    “dat de reiziger het recht heeft de pakketreisovereenkomst te allen tijde vóór het begin van de pakketreis te beëindigen tegen betaling van een passende en gerechtvaardigde beëindigingsvergoeding / gestandaardiseerde beëindigingsvergoeding die door de organisator wordt verlangd,”

    moet nu worden toegevoegd:

    “dat de reiziger het recht heeft de pakketreisovereenkomst te beëindigen zonder betaling van een beëindigingsvergoeding in geval van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden, overeenkomstig …(met verwijzing naar het wetsartikel)”.

  • Aan de mededeling dat de reisorganisator verantwoordelijk is voor de uitvoering van de reisdiensten moet worden toegevoegd:

    “de organisator verantwoordelijk is voor eventuele terugbetalingen die verschuldigd zijn als gevolg van de beëindiging van of wijzigingen in de overeenkomst.”

  • De standaardformulieren van de EU die moeten worden verstrekt aan de reiziger zijn geactualiseerd en uitgebreid.

  • Aan de vermelding van de klachtenprocedure dient expliciet te worden toegevoegd in welke taal de klacht kan worden ingediend en in welke taal deze wordt behandeld, alsook het fysieke of elektronische adres waar klachten kunnen worden ingediend.

  • Er wordt duidelijker bepaald dat het standaardinformatieformulier moet worden bijgevoegd. Dit stond al in de huidige richtlijn, maar minder prominent. In de pakketreisovereenkomst moet duidelijk naar het formulier worden verwezen.

Annulering en annuleringskosten

De reisorganisator kan enkel nog annuleringskosten in rekening brengen indien in de overeenkomst is bepaald dat een dergelijke vergoeding in rekening kan worden gebracht. Volgens de huidige richtlijn komt de beëindigingsvergoeding – wanneer geen gestandaardiseerde beëindigingsvergoeding is vermeld – overeen met de prijs van de pakketreis minus relevante kostenbesparingen en inkomsten uit alternatief gebruik van de reisdiensten.

In de huidige richtlijn is opgenomen dat de reiziger kosteloos kan annuleren indien zich:

‘op de plaats van bestemming of in de onmiddellijke omgeving daarvan onvermijdbare en buitengewone omstandigheden voordoen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van de pakketreis, of die aanzienlijke gevolgen hebben voor het personenvervoer naar de bestemming.’

Dat wordt gewijzigd in indien:

redelijkerwijs kan worden verwacht dat de uitvoering van de pakketreisovereenkomst aanzienlijk zal worden beïnvloed door onvermijdbare en buitengewone omstandigheden die zich voordoen op de plaats van vertrek of die zich voordoen op de plaats van bestemming of in de onmiddellijke omgeving daarvan, of die van invloed zijn op de reis van de reiziger naar of van die plaats van bestemming.’

De wijze waarop de toepassing van dit kosteloze annuleringsrecht moet worden beoordeeld staat uitgebreid toegelicht in overweging 17 van de nieuwe richtlijn. Zeer positief voor de reisbranche is dat daar uitdrukkelijk staat toegelicht dat het enkel ziet op de reisdiensten die onderdeel zijn van de pakketreis:

“Onder de plaats van vertrek wordt de plaats verstaan waar de uitvoering van de reisdiensten in het kader van de pakketreisovereenkomst aanvangt. Omstandigheden die alleen van invloed zijn op de reis naar de bestemming of de terugreis, dienen niet in aanmerking te worden genomen indien die reis geen deel uitmaakt van de pakketreisovereenkomst, met inbegrip van het vervoer van de passagier naar de overeengekomen plaats van vertrek.”

Wordt een reis geannuleerd, dan moet de terugbetaling nog steeds onverwijld en uiterlijk binnen 14 dagen na annulering plaatsvinden. Nieuw is dat hiervoor geen voorafgaand verzoek van de reiziger nodig is. De reisorganisator moet dit bedrag dus uit eigen beweging tijdig terugbetalen.

“… dat deze voucherregeling het aanbieden van een voucher voor veel reisorganisaties minder aantrekkelijk maakt.”

mr. Paul Otto | Kompas Juristen

Vouchers

De huidige richtlijn bevat geen uitgewerkte regeling voor het aanbieden van vouchers na annulering. De nieuwe richtlijn doet dat wel. De reisorganisator mag een voucher aanbieden, maar de reiziger moet de keuze houden tussen de voucher en terugbetaling in geld. Vóór aanvaarding moet de reiziger duidelijk worden geïnformeerd over het recht op terugbetaling binnen 14 dagen.

De voucher moet ten minste gelijk zijn aan het bedrag waarop de reiziger recht heeft. Een hogere waarde mag worden aangeboden. De voucher kan in delen worden gebruikt en moet kunnen worden besteed aan iedere reisdienst die de organisator aanbiedt. De reisorganisator mag een voucherhouder bij een nieuwe boeking niet minder gunstig behandelen dan andere reizigers.

De geldigheidsduur bedraagt maximaal 12 maanden. Deze kan eenmaal worden verlengd, met uitdrukkelijke instemming van beide partijen op een duurzame gegevensdrager, met maximaal 12 maanden. De voucher kan door de reiziger eenmaal kosteloos aan een ander worden overgedragen.

Wordt de voucher niet volledig gebruikt, dan moet het resterende bedrag van het oorspronkelijke terugbetalingsrecht uiterlijk 14 dagen na het einde van de geldigheidsduur automatisch worden terugbetaald. Een eventueel extra tegoed dat de reisorganisator boven op het oorspronkelijke bedrag heeft aangeboden, hoeft niet te worden uitbetaald.

Het mag duidelijk zijn dat deze voucherregeling het aanbieden van een voucher voor veel reisorganisaties minder aantrekkelijk maakt.

Klachtenregeling

De nieuwe richtlijn schrijft een klachtenregeling inclusief vaste termijnen voor. De reisorganisator moet beschikken over een effectieve klachtenprocedure en goed bereikbaar zijn. De ontvangst van een klacht moet binnen 7 dagen op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd. Binnen 60 dagen moet een gemotiveerd antwoord volgen.

Wordt de klacht niet of niet volledig toegewezen, dan moet de reiziger in het antwoord worden gewezen op een eventuele beschikbare buitengerechtelijke geschillenregeling.

De insolventiebescherming wordt uitgebreid

De garantieregeling moet na implementatie van de nieuwe richtlijn niet alleen dekking bieden wanneer een pakketreis door insolventie niet of niet volledig wordt uitgevoerd. Ook een reeds ontstane vordering van de reiziger tot terugbetaling – na annulering van de reisovereenkomst - moet onder de bescherming vallen.

Ook vouchers vallen onder de insolventiebescherming, maar alleen tot het bedrag waarop de reiziger oorspronkelijk recht had. Een eventueel extra tegoed dat de organisator aan de voucher heeft toegevoegd, hoeft niet te worden gedekt.

De zekerheid moet op ieder moment voldoende zijn en rekening houden met piekperioden waarin de reisorganisator de hoogste bedragen van reizigers onder zich heeft. Ook veranderingen in het verkoopvolume moeten worden meegenomen.

Na insolventie moet een terugbetaling in beginsel uiterlijk binnen zes maanden na indiening van de noodzakelijke stukken plaatsvinden. In uitzonderlijke en gemotiveerde gevallen kan dit negen maanden zijn.

De lidstaten dienen zorg te dragen dat reizigers in geval van insolventie van de organisator via passende communicatiekanalen op de hoogte worden gesteld van het faillissement. Dit is op geen enkele wijze nader uitgewerkt in de toelichting en lijkt mij voer voor discussie. Te bezien valt hoe dit gaat worden ingekleed in de verschillende lidstaten.

Nieuw is ook dat expliciet wordt bepaald dat de lidstaten toezicht moeten houden op zowel de regelingen voor bescherming bij insolventie van de op hun grondgebied gevestigde organisatoren als de beschikbaarheid van regelingen voor de insolventiebescherming. Het is afwachten hoe dit in Nederland zal worden vormgegeven.

Daarnaast moet ieder land de online overzichten van organisatoren die onder de bescherming bij insolventie vallen openbaar toegankelijk maken en bijwerken. Hoewel dat er niet duidelijk staat, lijkt de strekking van deze bepaling te zijn dat iedere lidstaat wordt verplicht om een overzicht op te stellen voor zover deze niet al over een overzicht beschikt. Naar verwachting zal de ACM – de huidige toezichthouder - hiermee worden belast. Het lijkt mij verstandig om ook in de wet op te nemen dat garantieregelingen worden verplicht wijzigingen in de deelname van een reisorganisator bij de ACM te melden. Zo kan de ACM bij beëindiging van de deelname direct controleren of de reisorganisator het aanbieden van pakketreizen staakt of naar een nieuwe garantieregeling overstapt.

“Ik merk op dat er in de praktijk zeer grote problemen kleven aan dit verhaalrecht.”

mr. Paul Otto | Kompas Juristen

Verhaalrecht en recht van organisatoren op terugbetaling

Een wijziging ten voordele van de reisorganisator is de expliciete bepaling dat reisdienstverleners verschuldigde bedragen binnen 7 dagen dienen terug te betalen aan de organisator. Opmerkelijk is dat de Europese Commissie het gehele verhaalrecht als een nieuwe ontwikkeling heeft gepresenteerd, terwijl dat niet het geval is. Het verhaalrecht als zodanig was al in de huidige richtlijn opgenomen.

Het verhaalrecht is breed geformuleerd. Wanneer een organisator (of doorverkoper) schadevergoeding betaalt, prijsverlaging toekent of aan andere uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen voldoet, heeft deze organisator (of doorverkoper) het recht om verhaal te halen op derden die hebben bijgedragen aan de gebeurtenis die heeft geleid tot de schadevergoeding, prijsverlaging of andere verplichtingen. Deze partij dient dit binnen 7 dagen aan de reisorganisator te betalen, zodat de reisorganisator de gelden tijdig heeft ontvangen om de reiziger binnen 14 dagen terug te betalen.

Ik merk op dat er in de praktijk zeer grote problemen kleven aan dit verhaalrecht. Zo is het überhaupt niet van toepassing als de inkoopovereenkomst niet is gesloten naar het recht van een EU (EER) lidstaat. Evenzo problematisch is het daadwerkelijk in rechte afdwingen van een terugbetaling. Als de veelal in het buitenland gevestigde reisdienstverlener überhaupt al verhaal biedt, is dit tijdrovend en kostentechnisch vaak niet lucratief voor enkele reizen.

Tot slot merk ik op dat het verhaalrecht niet in de Nederlandse pakketreiswetgeving (Titel 7a van Boek 7 BW) is terug te vinden. De wetgever achtte het verhaalrecht bij de implementatie van de huidige richtlijn EU 2015/2302 al voldoende geborgd in artikel 6:10 BW. Dit is wellicht wetstechnisch juist, maar bood in de praktijk weinig houvast. Te verwachten is dat de wetgever ditmaal wel een expliciet verhaalrecht opneemt in de pakketreiswetgeving, al is het maar om de 7 dagen termijn vast te leggen. Het zou echter beter zijn om het verhaalrecht volledig op te nemen in titel 7a van boek 7 over pakketreiswetgeving.

Welke ruimte houden de lidstaten zelf?

De richtlijn harmoniseert veel onderwerpen, maar laat de lidstaten op enkele punten ruimte voor een eigen invulling. Deze ruimte was er voor de lidstaten al onder de huidige richtlijn, maar wordt nu expliciet benoemd. Bij veel van deze onderwerpen konden de lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement het niet eens worden over een Uniebrede regeling. De belangrijkste keuzemogelijkheden die nu expliciet worden genoemd zijn:

  • Aanbetalingen en restantbetalingen:

    Lidstaten mogen regels stellen over de hoogte van de aanbetaling en het tijdstip van de restantbetaling, mits deze verenigbaar zijn met het EU-recht. Dit recht bestond al onder de huidige richtlijn, maar was niet expliciet benoemd.

  • Mechanismen voor tijdige terugbetaling:

    Lidstaten mogen systemen invoeren of behouden die ervoor zorgen dat reizigers na bepaalde annuleringen binnen 14 dagen worden terugbetaald. Dit moeten ze melden bij de Europese Commissie.

  • Klachttermijnen:

    Lidstaten mogen kortere termijnen vaststellen dan 7 dagen voor de ontvangstbevestiging en 60 dagen voor het gemotiveerde antwoord.

  • Terugbetaling bij insolventie:

    Lidstaten mogen voor de terugbetaling door garantieregelingen kortere maximumtermijnen bepalen dan zes maanden, of negen maanden in uitzonderlijke gevallen.

  • Garantieplicht voor doorverkopers/retailers:

    Lidstaten mogen doorverkopers verplichten insolventiebescherming te regelen wanneer dat gelet op de ontvangen betalingen gerechtvaardigd is. In de huidige wetgeving is dat al opgenomen voor de situatie waarin de doorverkoper een reis van een niet in de EU/EER gevestigde organisator verkoopt.

Tot slot

De uiteindelijke gevolgen voor de Nederlandse reisbranche worden pas volledig duidelijk wanneer het Nederlandse implementatiewetsvoorstel - uiterlijk op 29 september 2028 - wordt gepubliceerd. De nieuwe regels moeten vervolgens vanaf 29 maart 2029 worden toegepast.

Vragen over de nieuwe Europese regels voor pakketreizen of de gevolgen voor jouw reisorganisatie? Neem dan contact op met VZR Garant of met mr. Paul Otto van Kompas Juristen.

Veelgestelde vragen

De herziene Richtlijn pakketreizen is op 8 mei 2026 gepubliceerd. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 29 september 2028 hebben omgezet in nationale wetgeving. De nieuwe regels worden vervolgens vanaf 29 maart 2029 toegepast. Tot die tijd blijft de huidige Nederlandse pakketreiswetgeving gelden.

De herziene richtlijn bevat wijzigingen op meerdere onderdelen van de pakketreiswetgeving. Denk aan het toepassingsbereik van de pakketreis, informatieverplichtingen, annuleringen, vouchers, klachtenafhandeling, insolventiebescherming en het verhaalrecht op reisdienstverleners. Welke gevolgen dit in de praktijk heeft, hangt af van de manier waarop jouw organisatie reizen aanbiedt.

Nee. De Europese richtlijn staat vast, maar moet eerst worden omgezet in Nederlandse wetgeving. Pas daarna worden de nieuwe regels van toepassing. Wel is het verstandig om de ontwikkelingen te volgen en tijdig te beoordelen welke aanpassingen nodig zijn.

Ja. De nieuwe richtlijn bevat voor het eerst een uitgebreide regeling voor vouchers. Zo behoudt de reiziger de keuze tussen een voucher en terugbetaling, gelden regels voor de geldigheidsduur en overdraagbaarheid van vouchers en wordt ook de insolventiebescherming van vouchers geregeld.

De Europese richtlijn ligt vast. Wel moeten de lidstaten deze nog omzetten in nationale wetgeving. Op enkele onderdelen biedt de richtlijn ruimte voor een eigen invulling door de lidstaten. De uiteindelijke gevolgen voor de Nederlandse reisbranche worden daarom pas volledig duidelijk bij de publicatie van de nieuwe wetgeving.

Over de auteur

mr. Paul Otto – Kompas Juristen

Legal counsel & Owner | Kompas Juristen

Sinds 2016 staat Paul ondernemers en andere partijen in de reisbranche en recreatiebranche bij met juridisch advies. In de vijf jaar ervoor bekleedde hij een managementfunctie bij een MKB reis- en recreatieonderneming. Door deze combinatie weet hij de kern van juridische kwesties en het effect op de onderneming snel te benoemen.